Spring naar inhoud

Financiën

6.1 Toelichting College van Bestuur

Inleiding

De jaarrekening van ons roc maakt als verantwoordingsdocument onderdeel uit van de beleidscyclus. De beleidscyclus begint met het bepalen, voorafgaand aan het boekjaar, van de financiële kaders. Deze kaders zijn in de begroting vertaald naar de organisatieonderdelen met als doel sturing van de organisatie. De begroting alsmede de jaarrekening zijn derhalve ontleend aan de beleidscyclus.

In deel B van dit geïntegreerd jaardocument is in hoofdstuk 6.2 de staat van baten en lasten 2020 opgenomen. Voor 2020 was een resultaat begroot van € 0,0 mln. Het uiteindelijke resultaat over 2020 is € 5,1 mln. positief. Dit verbeterde resultaat ad € 5,1 mln. wordt met name veroorzaakt door diverse financiële significante mee- en tegenvallers ten opzichte van de begroting 2020. In hoofdstuk 6.3 wordt dit verschil nader op hoofdlijnen geanalyseerd en toegelicht. 

Onderstaand volgt een grafische weergave van de ontwikkeling van onze belangrijkste kengetallen in de afgelopen drie jaar1:

1De begrote rentabiliteit 2020 en 2019 kan niet worden weergegeven in deze tabel aangezien deze 0,0% is

Het gemiddelde aantal fte’s ligt in 2020 met 1.050 ongeveer 10 fte hoger dan begroot. Het p-aandeel is ultimo 2020 uitgekomen op 74,3%; dat ligt hoger dan het begrote percentage van 73,4%. De totale personele lasten zijn ten opzichte van de begroting gestegen terwijl de totale baten relatief minder zijn toegenomen doordat met name de baten op excursies, deelnemersbijdragen en kantineopbrengsten lager zijn uitgevallen ten gevolge van de coronapandemie. Hierdoor neemt het p-aandeel toe.

Balans ultimo 2020

In de balans 2020 (zie hoofdstuk 6.2 in deel B van dit geïntegreerd jaardocument) is zichtbaar dat het balanstotaal is toegenomen van € 122,6 mln. in 2019 naar € 128,5 mln. in 2020. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de toename van de vaste activa van € 87,3 mln. in 2019 naar € 93,2 mln. in 2020. Deze toename heeft voornamelijk te maken met nieuwe investeringen die in 2020 zijn gedaan ten aanzien van o.a. het ver- nieuwbouw project in Hoogeveen.
Daarnaast zijn de kortlopende vorderingen toegenomen t.o.v. 2019 met € 0,5 mln. Deze toename wordt voornamelijk veroorzaakt door een toename van het debiteurensaldo. Merkbaar is dat vanwege de coronapandemie organisaties en studenten minder snel aan hun betalingsverplichting voldoen.
De liquide middelen zijn met € 0,6 mln. afgenomen als gevolg van de toegenomen investeringen.

Door het positieve resultaat neemt het eigen vermogen met € 5,1 mln. toe. De in 2014 in gang gezette acties om de verlieslatende exploitatie van contractactiviteiten om te buigen naar minimaal neutrale resultaten is in 2020, ondanks de coronapandemie, voortgezet. De bestemmingsreserves Inburgering en VAVO zijn afgenomen met respectievelijk € 0,1 mln. en € 0,2 mln. als gevolg van negatieve resultaten op deze activiteiten. Ook deze negatieve resultaten zijn volledig toe te schrijven aan de verminderde instroom van leerlingen en deelnemers vanwege de coronapandemie.
De personeelsvoorzieningen zijn toegenomen met € 0,8 mln. Dit heeft voornamelijk te maken met het een forse dotatie aan de voorziening 'Duurzame Inzetbaarheid' vanwege het toegenomen gebruik van seniorenverlof. De langlopende schuldpositie neemt ten opzichte van 2019 aanzienlijk af met € 10,8 mln. voornamelijk als gevolg van het presenteren van de lening met nummer 2736 (€ 9,6 mln.) onder de kortlopende schulden aangezien deze lening loopt t/m 1 september 2021. De kortlopende schulden zijn toegenomen met € 10,8 mln. voornamelijk vanwege bovengenoemde mutatie.

6.2 Treasuryverslag, vermogenspositie en kengetallen

Treasuryverslag

Het op 13 december 2019 vastgestelde treasurystatuut is in overeenstemming met de Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016. 

Uitgangspunt van ons treasurybeleid is het waarborgen van de continuïteit van de kerntaak van het Alfa-college door het beschermen van vermogens- en renteresultaten tegen ongewenste financiële risico’s en het optimaliseren van de renteresultaten binnen de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut.

In dit beleid zijn onder andere de boven- en ondergrens en streefwaarde voor de solvabiliteit en de streefwaarde en signaleringswaarde voor de liquiditeit vastgelegd. Tevens is het financieringsbeleid vastgelegd, waarbij het Alfa-college niet belegt in derivaten en alleen gebruik maakt van conventionele instrumenten en methodieken. Daarnaast is de administratieve organisatie beschreven en zijn de taken en verantwoordelijkheden met betrekking tot de treasuryfunctie binnen het Alfa-college met de daarbij behorende bevoegdheden vastgelegd.

Het Alfa-college voert een dusdanig financieel beleid en beheer dat zijn voortbestaan in financieel opzicht is gewaarborgd. De balansstructuur (solvabiliteit) vormt hiervoor o.a. een belangrijke ijkwaarde. In het treasurystatuut is hiervoor een ondergrens bepaald van 32% en een bovengrens van 50% (exclusief voorzieningen). Het gerealiseerde percentage bedroeg ultimo 2020 50%.

Met ingang van het boekjaar 2020 is er een nieuwe signaleringswaarde voor mogelijk bovenmatig eigen vermogen. In 2021 zal deze signaleringswaarde onderdeel vormen van ons treasurystatuut.

Wij hebben onze middelen op direct opneembare betaalrekeningen staan bij Nederlandse banken met een kredietwaardigheid > A, alsmede bij het Ministerie van Financiën (AAA). In de jaarrekening is in de toelichting op langlopende schulden een overzicht opgenomen van de lopende financieringen. De looptijd, rentevaste periode alsmede het rentepercentage van de leningen is opgenomen in onderstaand overzicht.

Uitstaand vreemd vermogen

  rentevoet % Rentevast t/m Looptijd t/m stand per 01-01-2020 correctie op beginstand aangegane leningen aflossing overige mutatie stand per 31-12-2020 looptijd <1 jaar looptijd 1-5 jaar looptijd >5 jaar
                         
Overige langlopende schulden                        
Ministerie van Financiën (574) 3,39% 09/24/2035 09/24/2035  6.450.000   430.000   6.020.000   430.000   1.720.000   4.300.000 
Ministerie van Financiën (575) 3,78% 09/ 3/2035 09/ 3/2035  4.750.000   316.667   4.433.333   316.667   1.266.667   3.166.667 
Ministerie van Financiën (2736) 0,10% 08/31/2021 08/31/2021  9.600.000   9.600.000   9.600.000 
Ministerie van Financiën (3303) 0,79% 07/ 1/2038 07/ 1/2038  15.300.000   850.000   14.450.000   850.000   3.400.000   11.050.000 
Capgemini 4,50% n/a n/a  1.112.384   461.299‑  1.810.592   948.501   1.513.176   845.586   1.513.176 
                         
Uitstaand vreemd vermogen        37.212.384   461.299‑  1.810.592   2.545.168   9.600.000   26.416.509   12.042.253   7.899.842   18.516.667 

Door het positieve exploitatiesaldo 2020 is het eigen vermogen toegenomen met € 5,1 mln. Van dit bedrag is € 5,1 mln. toegevoegd aan de algemene reserve. Tevens is er € 0,3 mln. gebruikt om toe te voegen aan de reserve cursusgeld en is er € 0,2 mln. geput uit de bestemmingsreserve VAVO vanwege het negatieve resultaat op de VAVO activiteiten. De private bestemmingsreserve Inburgering is negatief gemuteerd met € 0,1 mln.

Het saldo van de voorzieningen ultimo 2020 is met een bedrag van € 0,8 mln. gestegen ten opzichte van 2019. De wachtgeldvoorziening is afgenomen met € 0,1 mln., de ambtsjubileumvoorziening is toegenomen met € 0,1 mln., de voorziening voor duurzame inzetbaarheid (seniorenverlof) is gestegen met € 0,6 mln., de voorziening langdurig ziekteverzuim is toegenomen met € 0,1. De voorziening transitievergoedingen is relatief gelijk gebleven.

De langlopende schulden zijn, zoals te zien is in bovenstaand overzicht, per saldo afgenomen met € 10,1 mln. Totaal is er voor € 1,8 mln. aan nieuwe verplichtingen aangegaan. Tegenover de nieuw aangegane verplichtingen staat een aflossing van in totaal € 2,5 mln. Daarnaast is de langlopende schuld ad € 9,6 mln. onder de kortlopende schulden gepresenteerd aangezien deze in 2021 afloopt.

Vermogenspositie

De ontwikkeling van het eigen vermogen ziet er als volgt uit (bedragen x € 1.000)

Categorie 2020 2019 2018
Algemene reserve 62.019,7 56.913,2 52.353,1
Bestemmingsreserve Publiek 2.477,3 2.407,7 2.092,6
Bestemmingsreserve Privaat 488,9 561,4 317,0
Herwaarderingsreserve 0,0 0,0 0,0
Statutaire reserve 1,1 1,1 1,1
Totaal eigen vermogen 64.987,0 59.883,4 54.763,8

Ingevolge de Wet Educatie en Beroepsonderwijs is het exploitatieresultaat, met uitzondering van de mutaties in de bestemmingsreserves, toegevoegd aan de algemene reserve. De bestemmingsreserves worden aangehouden voor Vavo, Contractactiviteiten, Educatie, Cursusgeld en Inburgering.

Met ingang van het boekjaar 2020 is er een nieuwe signaleringswaarde voor mogelijk bovenmatig eigen vermogen2. De Inspectie van het Onderwijs ontwikkelde een rekenmethode om te bepalen wat een redelijk (publiek) eigen vermogen is om aan te houden. Het Alfa-college heeft een ratio Eigen vermogen van 0,69 bij een grenswaarde van 1,0. 

Kengetallen

Categorieën 2020 2019 2018
Ongewogen bekostigd³      
Aantal studenten BOL 9.392 9.460 9.507
Aantal studenten BBL 2.795 2.650 2.493
Aantal studenten totaal 12.187 12.110 12.000
Aantal diploma's 3.332 3.546 3.453

3 De aantallen ongewogen bekostigde studenten 2020 en het aantal diploma’s 2020 zijn gebaseerd op de laatste terugmelding bekostigingsgegevens d.d. 12 maart 2021 en wijken af van de getallen uit de begroting 2020 welke gebaseerd zijn op een oudere rapportage.

Categorieën 2020 2019 2018
Aantal fte's ultimo⁴ 1.041,7 1.061,3 1.043,4
P-aandeel (pers.kosten/totale baten) 74,3% 74,0% 67,9%
Solvabiliteit 1 (Eigen vermogen/totaal passiva) 50% 49% 47%
Solvabiliteit 2 (Eigen vermogen + voorzieningen/totaal passiva) 56% 54% 52%
Signaleringswaarde mogelijk bovenmatig eigen vermogen 0,69 -/- -/-
Rentabiliteit (resultaat/totale baten) 4,30% 4,40% 8,60%
Liquiditeit (vlottende activa /kortl.schulden) 1,2 1,8 2,1
Huisvestingsratio (huisvestingslasten + afschrijving gebouwen & terreinen)/totale lasten) 0,09 0,08 0,09
Investeringen x € 1 miljoen 12,7 12,4 2,8

Het aantal fte’s ultimo betreft het gemiddeld aantal fte in december 2020

Toelichting bij de kengetallen

Het totaal aantal ongewogen bekostigde studenten is met 0,6% gestegen ten opzichte van 2019. Het aantal BOL-studenten is met 0,7% gedaald, terwijl het aantal BBL-studenten met 5,5% gestegen is. Het aantal verstrekte diploma’s 2020 daalt ten opzichte van het voorgaande jaar met 214 (6%). 

Ten opzichte van ultimo 2019 is het aantal fte’s ultimo 2020 11,8 fte lager. Deze daling wordt veroorzaakt doordat het verzuimpercentage in 2019 aanzienlijk hoger was dan in 2020 waardoor er meer (tijdelijke) formatie is aangesteld. Het P-aandeel neemt echter ten opzichte van 2019 met 0,3% toe doordat de totale baten, vanwege de coronapandemie, in verhouding minder zijn toegekomen dan de personele lasten.

De solvabiliteit en rentabiliteit laten beide positieve cijfers zien. Dit wordt veroorzaakt door het positieve exploitatieresultaat in 2020. Het Alfa-college heeft ultimo 2020 geen bovenmatig eigen vermogen en ligt met een ratio eigen vermogen van 0,69 ruim onder de door de Inspectie van het Onderwijs gestelde signaleringswaarde van 1,00.

De liquiditeit neemt iets af ten opzichte van 2019 maar ligt nog steeds ruim boven de signaleringswaarde van de Inspectie van het Onderwijs. De afname wordt voornamelijk veroorzaakt door de opname van een kortlopende schuld ad € 9,6 mln. zijnde de aflossing van een langlopende lening. De verwachting is dat deze lening in 2021 volledig zal worden geherfinancierd. 

De huisvestingsratio laat een minimale stijging zien ten opzichte van voorgaande jaren. Deze daling wordt voornamelijk veroorzaakt doordat de huisvestingslasten gemiddeld minder zijn toegenomen ten opzichte van de totale lasten in 2020.

6.3 Analyse van de verschillen tussen de realisatie en de begroting

Bij de specificatie per onderwerp wordt een verklaring gegeven van de significante verschillen tussen de begroting 2020 en de realisatie 2020. Voor een diepere analyse verwijzen wij naar deel B hoofdstuk 9 (de jaarrekening) van dit geïntegreerd jaardocument.

Onderstaand is een vergelijking opgenomen tussen de begroting 2020 en de realisatie 2020. Tevens is in de laatste kolom de begroting 2021 opgenomen. De analyse van de verschillen tussen de realisatie 2020 en de begroting 2021 is terug te vinden in hoofdstuk 6.4.

Bedragen x €1.000

Categorieën Begroting 2020 Werkelijk 2020 Verschil 2020 Begroting 2021
3.1 Rijksbijdragen 107,5 110,1 2,6 112,9
3.2 Overheidsbijdragen / subsidies overige overheden 1,9 1,7 -/- 0,2 2,1
3.3 Wettelijke college- / cursus- / examengelden 0,1 0,3 0,2 0,1
3.4 Baten werk in opdracht van derden 4,2 4,4 0,2 3,3
       
4.1 Personeelslasten 85,9 88,3 -/- 2,4 92,4
4.2 Afschrijvingen 7,1 6,1 1,0 8,6
4.3 Huisvestingslasten 7,9 6,2 1,7 6,7
4.4 Overige lasten 15,3 12,5 2,8 15
Saldo Baten en lasten uit de gewone bedrijfsvoering 0,7 5,7 5,0 -/- 2,3
       
6 Financiële baten en lasten -/- 0,7 -/- 0,6 0,1 -/- 0,7
8 Resultaat deelnemingen 0,0 -/- 0,0 0,0 0,0
Saldo Baten en lasten uit de financiële bedrijfsvoering -/- 0,7 -/-0,6 0,1 -/- 0,7
         
Totaal Resultaat (incl. afrondingsverschil) 0,0 5,1 5,1 -/- 3,0

Financiële meevallers: 

  • de normatieve rijksbijdrage (3.1) is ten opzichte van de begroting € 2,6 mln. hoger uitgevallen. Deze hogere normatieve rijksbijdrage wordt grotendeels veroorzaakt door een toename van de lumpsum vanwege een toename van het marktaandeel en als gevolg van nieuwe ontvangen geoormerkte subsidies w.o. de Inhaal- en ondersteuningsprogramma’s MBO en VAVO.
  • hogere opbrengsten werk in opdracht van derden (3.4) ad € 0,2 mln. voornamelijk als gevolg van het participeren in nieuwe projecten waaronder het Duurzaamheidscentrum in Hoogeveen;
  • lagere afschrijvingskosten (4.2) ad € 1,0 mln. veroorzaakt door het later dan gepland uitvoeren van verbouw- en onderhoudsplannen;
  • de huisvestingslasten (4.3) zijn gedaald met € 1,7 mln. voornamelijk als gevolg van lagere huurkosten. Deze daling komt doordat er minder externe locaties zijn gehuurd ten behoeve van huisvesting van studenten en vergaderingen vanwege de coronapandemie. De onderhoudslasten zijn tevens lager uitgevallen doordat een deel van het geplande onderhoud is doorgeschoven naar 2021;
  • lagere overige kosten (4.4) ad € 2,8 mln. voornamelijk ten gevolge van de coronapandemie. De kosten voor studentactiviteiten zijn aanzienlijk lager uitgevallen alsmede de inkoopkosten voor de kantines. Mede door het sluiten van de locaties gedurende de lockdowns zijn de reprokosten en materiaalkosten (verbruik) aanzienlijk lager dan begroot.

Financiële tegenvallers:

  • de overheidsbijdragen / subsidies overige overheden (3.2) zijn ten opzichte van de begroting € 0,2 mln. lager uitgevallen. Deze lagere bate is een gevolg van de coronapandemie waardoor programma’s zoals NPG een rem op de activiteiten hebben gekend. Hierdoor zijn de kosten lager uitgekomen dan verwacht en zijn er minder baten toegerekend aan het boekjaar;
  • lagere overige baten (3.5) ad € 0,9 mln. voornamelijk ten gevolge van de coronapandemie waardoor met name kantineopbrengsten en studentbijdragen voor excursies fors lager uitvallen dan begroot;
  • de totale personeelslasten (4.1) zijn toegenomen met € 2,4 mln. Hieronder vallen mede de kosten voor bruto lonen & salarissen welke zijn toegenomen met € 3,0 mln. als gevolg van meer personele inzet dan begroot. Tevens heeft het uitbetalen van een tegemoetkoming voor thuiswerken (€ 250,-- p.p.) in april geleid tot hogere kosten en zijn de loonkosten toegenomen als gevolg van de nieuwe cao MBO. De overige personele lasten dalen met € 0,6 mln. met name veroorzaakt door een niet begrote uitkeringen voor met name zwangerschappen. Daarnaast dalen kosten zoals scholing ten opzichte van de begroting doordat vanwege de coronapandemie scholingsactiviteiten zijn opgeschort.

6.4 Vooruitblik en begroting 2021

Het begrote exploitatieresultaat voor 2021 is € 3 mln. negatief. In de meerjarenraming die was opgenomen in de continuïteitsparagraaf van ons geïntegreerd jaardocument 2019 gingen we voor 2021 uit van een resultaat van € 0,6 mln. positief. Dit verschil van -/- € 3,6 mln. wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door het inzetten van een deel van onze reserves ten behoeve van corona-interventies. Onder deze corona-interventies wordt mede verstaan het inzetten van extra formatie ten behoeve van hulp en ondersteuning in de klas. Daarnaast zijn er additionele middelen vrijgemaakt en opgenomen in de begroting ten behoeve van innovatie, duurzaamheid, flexibilisering, vitaliteit en digitalisering.

Bedragen x €1.000

Categorieën werkelijk 2020 begroting 2021 verschil
3.1 Rijksbijdragen 110,1 112,9 2,8
3.2 Overheidsbijdragen / subsidies overige overheden 1,7 2,1 0,4
3.3 Wettelijke college- / cursus- / examengelden 0,3 0,1 -/- 0,2
3.4 Baten werk in opdracht van derden 4,4 3,3 -/- 1,1
3.5 Overige baten 2,4 2 -/- 0,4
     
4.1 Personeelslasten 88,3 92,4 -/- 4,1
4.2 Afschrijvingen 6,1 8,6 -/- 2,5
4.3 Huisvestingslasten 6,2 6,7 -/- 0,5
4.4 Overige lasten 12,5 15 -/- 2,5
Saldo Baten en lasten uit de gewone bedrijfvoering 5,7 -/- 2,3 -/- 8,0
     
6 Financiële baten en lasten -/- 0,6 -/- 0,7 -/- 0,1
8 Resultaat deelnemingen -/- 0,0 0,0 0,0
Saldo Baten en lasten uit de financiële bedrijfsvoering -/- 0.6 -/- 0,7 -/- 0,1
     
Totaal Resultaat (incl. afrondingsverschil) 5,1 -/- 3,0 -/- 8,1

Hieronder wordt een nadere toelichting gegeven op de significante verschillen in de baten en lasten tussen realisatie 2020 en begroting 2021.

Rijksbijdragen OCW ( +/+ € 2,8 mln.)
De Rijksbijdragen OCW nemen ten opzichte van 2020 toe met € 2,8 mln. Deze stijging is voornamelijk toe te wijzen aan het in de begroting 2021 opnemen van de nog vast te stellen structurele loon- en prijscompensatie 2021.

Baten werk in opdracht van derden (-/- € 1,1 mln.)
Ten opzichte van 2020 dalen de baten in opdracht van derden met € 1,1 mln. 
Deze daling komt vooral door lagere baten voor RIF Fieldlab Practice, omdat de Stichting EPI-Kenniscentrum stopt met de financiering vanwege het opheffen van de stichting en lagere opbrengsten voor het project Duurzaamheidscentrum. Tot slot zorgt afronding van diverse projecten voor lagere baten ter grootte van € 0,3 mln.

Personeelslasten (-/- € 4,1 mln.)
Ten opzichte van 2020 nemen de totale personele lasten naar verwachting toe met € 4,1 mln. De toename in de kosten is voornamelijk toe te schrijven aan het meenemen van een loonsverhoging van gemiddeld 2,5%  als gevolg van de lopende cao onderhandelingen en door stijgende pensioenpremies.

Afschrijvingen (-/- € 2,5 mln.)
De afschrijvingskosten nemen met € 2,5 mln. toe. De verwachte definitieve oplevering van de ver-/nieuwbouw aan de Voltastraat 33 in Hoogeveen zorgt in 2021 voor een flinke toename van de afschrijvingslasten. Tevens zal het Alfa-college op alle locaties de komende jaren flink investeren in het vervangen van de basisvoorzieningen. Deze bestaan naast kantoormeubilair uit inrichting van de leslokalen zoals leerlingensetjes en audiovisuele apparatuur. 

Overige lasten (-/- € 2,5 mln.)
Ten opzichte van 2020 is de verwachting dat de overige lasten zullen toenemen met € 2,5 mln. 2020 was een bijzonder jaar waarin de coronapandemie van invloed was op onze uitgaven. De kosten voor inkoop kantine, excursies en repro zijn fors lager uitgevallen. Ten tijde van het opstellen van de begroting 2021 is ervan uitgegaan dat de kosten in 2021 weer op het oude niveau komen te liggen.

Volgend hoofdstuk: 7 Continuïteit